LCD, de techniek
De
naam ‘LCD’ staat voor Liquid Crystal Display, wat betekent dat een
LCD paneel in een beamer is opgebouwd uit kleine vloeibare
kristallen. In een beamer zitten drie van deze panelen, voor elke
basiskleur één (rood, groen en blauw). Zo kunnen alle bestaande
kleuren geprojecteerd worden. De pixels zelf geven geen
licht, maar laten het licht van de lamp door om zo het beeld op het
scherm te krijgen.
Er bestaan twee
typen LCD panelen. De verouderde passieve matrix (STN) en de
veelgebruikte actieve matrix (TFT; Thin Film Transistor). Tegenwoordig
zien we alleen nog maar de laatste technologie, waardoor we ook wel
spreken van TFT panelen.
LCD, de voordelen t.o.v. DLP
- Het regenboogeffect
- LCD ANSI Lumen lijken voor het oog meer dan DLP ANSI Lumen.
LCD, de nadelen t.o.v. DLP
- Bij LCD is het raster om de pixels veel meer zichtbaar;
- LCD projectoren hebben een lagere contrastwaarde;
- LCD panelen hebben een veel kortere levensduur;
- LCD projectoren zijn over het algemeen minder klein.
Wat is beter, een plasma of LCD?
De
televisiemarkt wordt bestormd door platte beeldschermen. Het aandeel
plasma- en LCD schermen groeit snel. Helaas wordt er omwille van de
commercie nog al wat "gekleurde" informatie op ons losgelaten.
Het
is opvallend dat de traditionele TV fabrikanten veel energie
stoppen in LCD. Logisch, want LCD is vooralsnog geschikter om
de huidige CRT toestellen te vervangen dan plasma. LCD is namelijk
geschikt voor de meest gangbare beeldmaten van de huidige TV
toestellen (in Nederland is dat zo rond de 60 à 70 cm.) en daar
ligt de grootste vervangingsmarkt en dus het grote geld!
Buiten
deze grote markt groeit ook de markt voor grotere beeldschermen (100
cm. en groter). Het is dan ook niet vreemd dat fabrikanten wel degelijk
een grote toekomst zien voor plasmatechniek. Er wordt o.a. door
Fujitsu/Hitachi en Panasonic fors geïnvesteerd in de uitbreiding van de
productiefaciliteiten. Hier is duidelijk sprake van evolutie in
techniek en beeldkwaliteit. Zo zullen er in de naaste toekomst
technieken beschikbaar komen om plasmaschermen met metersgrote
doorsneden te produceren.
Door eerder
genoemde "gekleurde" informatie zijn veel consumenten op het verkeerde
been gezet. Daarom is het goed de voor- en nadelen van plasma- en LCD
schermen eens op een rijtje te zetten en te nuanceren.
|
|
Plasma
|
LCD
|
|
Levensduur
|
+
|
+/-
|
|
Inbranden
|
-
|
+
|
|
Kijkhoek
|
+
|
-
|
|
Kleurruimte
|
+
|
-
|
|
Lichtopbrengst
|
+
|
-
|
|
Contrastomvang
|
+
|
-
|
|
Aanspreeksnelheid
|
+
|
-
|
|
Dieptebeeld
|
+
|
-
|
|
Stroomverbruik
|
-
|
+
|
Levensduur
De
half-helderheidstijd van een modern plasmascherm bedraagt gegarandeerd
30.000 uur. Bij een dagelijks gebruik van 6 uur, dus goed voor ca. 14
jaar kijkplezier. Dit wil overigens niet zeggen dat dit het einde van
het plasmascherm is! Er is geen reden om aan te nemen dat het scherm
niet nog vele jaren dienst kan doen.
Anders is
dit bij LCD. Het paneel heeft een zeer lange levensduur (> 50.000
uren) De lichtbron achter het LCD scherm gaat echter tussen de 10.000
en 25.000 uur mee. Wordt deze verlichting niet vervangen dan is de
levensduur beëindigd. Over de kosten van vervanging van de lichtbron
zult u bij de betreffende fabrikant moeten informeren. Zoals bij de
meeste reparaties zal dit een relatief kostbaar karwei zijn en tegen
die tijd mogelijk de investering niet waard. Het LCD scherm zelf gaat
dus langer mee dan de lichtbron. Sommige LCD schermen, vooral de
grotere formaten, bevatten meer dan één lamp. Indien de lampen niet
even snel slijten, hetgeen niet ondenkbaar is, wordt het LCD scherm
ongelijkmatig verlicht. Het scherm is hierdoor niet meer prettig om te
bekijken. Plasma heeft hier geen last van.
Inbranden
Een
plasmascherm kan (evenals conventionele monitoren en televisies)
inbranden en een LCD paneel niet. Inbranden is feitelijk het minder
worden van de lichtopbrengst. Indien een scherm gelijkmatig gebruikt
wordt zijn inbrandverschijnselen niet waarneembaar. Stilstaande
objecten kunnen evenwel als fantoombeelden zichtbaar blijven indien ze
langdurig op één en dezelfde plek zichtbaar zijn geweest.
Inbrandverschijnselen doen zich vooral voor in de eerste 200
gebruiksuren. In die tijd verliest het plasmascherm een zekere mate van
helderheid waarna de lichtopbrengst gedurende zeer lange tijd stabiel
wordt. Het gevaar van inbranden is na de eerste 200 uur dan ook
aanzienlijk kleiner. Advies: lichtopbrengst en contrast zijn bij
plasmaschermen inmiddels op zo'n hoog niveau, dat de als standaard
ingestelde fabriekswaarden veelal te hoog zijn. Stel in het menu gerust
de waarden voor helderheid en contrast lager in. Dit komt de levensduur
(net als bij de traditionele CRT monitoren) ten goede en reduceert de
kans op inbranden. Kijk zeker de eerste 200 uur zo min mogelijk naar
statische beelden.
Kijkhoek
De
kijkhoek van plasmaschermen is 160 - 180° horizontaal en verticaal. Bij
LCD schermen wisselt dit nogal per type en merk maar altijd
beduidend lager dan bij plasmaschermen. Het meest opvallend is dit met
de verticale kijkhoek. Indien een LCD scherm niet precies recht van
voren wordt bekeken, treedt verkleuring en verlies aan contrast en
helderheid op. Plasma heeft hier geen last van. De beeldkwaliteit is
onder elke hoek even briljant.
Kleurruimte
Het
totaal aantal kleuren dat door LCD schermen kan worden weergegeven is
aanzienlijk kleiner dan dat van plasmaschermen. Met de huidige stand
van de techniek kunnen plasma's meer dan 1 miljard kleuren weergeven.
Plasmaschermen kunnen 1,4 x méér kleuren weergeven dan LCD schermen.
Dit garandeert altijd zeer natuurgetrouw gereproduceerde kleuren, zelfs
van de kleinste details.
Lichtopbrengst
Uit
technische gegevens van LCD- en plasmafabrikanten blijkt dat LCD
schermen ongeveer de helft minder licht geven dan plasma's. De
lichtopbrengst van een modern LCD scherm ligt op het niveau van
een plasmascherm van ca. 4 jaar geleden. Toen werd beweerd dat deze
lichtopbrengst te laag was voor normale woonkamertoepassingen. Concreet
betekent dit dat men overdag naar een plasma kan kijken zonder de
ruimte te verduisteren, terwijl onder die omstandigheden het contrast
bij een LCD scherm te laag is, het beeld wordt flets en verduistering
noodzakelijk.
Contrastomvang
Bij
plasma geven de beeldpunten zelf licht. Als een beeldpunt uit moet zijn
dan is het ook echt uit. Dit verhoogt de contrastomvang. Bij LCD
straalt er een lichtbron, die achter het scherm geplaatst is. Deze is
altijd aan. Ook als er geen licht moet zijn. Het LCD scherm bepaalt op
welke plaats een lichtstraaltje doorgelaten wordt. Ook als er geen
licht moet zijn valt er nog licht door het LCD paneel. In de praktijk
is het hierdoor onmogelijk een geheel donker LCD scherm te realiseren.
Dit valt het meest op in verduisterde ruimten. Dankzij de grote
contrastomvang suggereert een plasmascherm duidelijk meer diepte dan
een LCD scherm. Contrastspecificaties van een plasma zijn ca. het
dubbele van een LCD.
Aanspreeksnelheid
De
aanspreektijd is de tijd die nodig is om een beeldpunt in de gewenste
kleur te realiseren. Inherent aan het LCD systeem hebben deze schermen
een trage en na-ijlende beeldweergave. Dit effect is groter naarmate
het beeldscherm groter is. De beelden van een plasmascherm daarentegen
zijn bliksemsnel en uiterst scherp. De aanspreektijd van een
plasmascherm is 8.000 x korter dan van een LCD scherm.
Stroomverbruik
Een
LCD scherm heeft een constant stroomverbruik omdat de lichtbron altijd
aan is. Ongeacht het beeld dat bekeken wordt. Normaal gesproken ligt
het stroomverbruik bij een 30" scherm onder de 150 Watt. Bij plasma
varieert het stroomverbruik met de beeldinhoud. Een film vraagt minder
stroom dan een journaaluitzending, bijvoorbeeld. Een 37" plasmascherm
verbruikt maximaal ongeveer 325 Watt. Het stroomverbruik van
plasmaschermen wordt bij elke nieuwe generatie lager. Dankzij
voortschrijdende integratie van elektronische onderdelen wordt minder
stroom gebruikt waardoor voedingen minder stroom verbruiken en er
minder warmte-ontwikkeling plaatsvindt. Een plasma voeding is wel
gehoriger dan een LCD voeding.
Wat is LCD?

Bij
een LCD beeldscherm wordt het beeld opgebouwd uit heel kleine
puntjes, pixels genaamd. Iedere pixel kan een bepaalde kleur aannemen
doordat hij is opgebouwd uit drie subpixels: een rode, een groene en
een blauwe subpixel. Deze pixels zitten zo dicht op elkaar dat het
menselijke oog ze niet meer van elkaar onderscheiden kan en het lijkt
alsof er slechts één pixel op die plaats zit.
Er
wordt licht geproduceerd door een achtergrondverlichting die bestaat
uit kleine lichtstaafjes en een folie die het licht gelijkmatig over de
oppervlakte verdeeld. Dit licht wordt door meerdere miljoenen vloeibare
kristalcellen (ook wel Liquid Crystals genaamd, vandaar de naam LCD -
Liquid Crystal Display) gestuurd. Iedere cel is een subpixel. De
hoeveelheid licht die zo'n cel kan passeren wordt geregeld door middel
van een transistor.
Voor en na de transistor
zitten twee polarisatiefilters die 90 graden ten opzichte van elkaar
verdraaid staan. Door een bepaalde spanning aan te brengen op de
transistor wordt de verdraaiing van de polarisatiefilters ten opzichte
van elkaar minder en wordt er licht doorgelaten. Om de maximale
helderheid te verkrijgen moet de verdraaiing van 90 graden compleet
worden opgeheven.
Indien een transistor het
licht (of een deel ervan) laat passeren, valt het op een kleurenfilter
(per cel één kleur) waardoor één gekleurde subpixel ontstaat. Drie van
deze verschillend gekleurde subpixels vormen dan samen een pixel.
Voor- en nadelen LCD ten opzichte van een conventionele televisie:
- Een LCD display is 'flikkeringsvrij' terwijl een conventionele TV dat niet is.
- Een
LCD display is scherper. Bij een beeldbuis werkt men in 2 frames; eerst
worden de even en dan de oneven lijnen geschreven. Bij een LCD
display worden zowel de even als oneven beelden tegelijk
geschreven. Dit noemt men ook wel progressieve scan.
- Een LCD display heeft een grotere kijkhoek en meer contrast.
- Een LCD display is dunner en lichter.
- Een LCD display heeft geen magnetisch veld.
- Een conventionele televisie kost over het algemeen minder.
Wat is plasma?

Plasma
is de vierde toestand waarin een stof zich kan bevinden (vast ->
vloeibaar -> gasvormig -> plasma). Een stof kan van toestand
veranderen door energie toe te voegen of te onttrekken. In een
plasmadisplay wordt elektrische energie aan een gasmengsel toegevoegd.
Plasma is instabiel en geeft de opgenomen energie af in de vorm van
warmte en een ultraviolette lichtstraal (foton). Een fosforescerende
laag zet het ultraviolette licht om in zichtbaar licht. De kleur van
dit zichtbare licht wordt bepaald door het fosfor. Om ruim 17 miljoen
verschillende kleuren te kunnen maken worden er rode, groene en blauwe
kleuren opgewekt. Deze kleuren mengen zich tot de gewenste kleur. De
mate waarin het plasmamateriaal opbrandt bepaald de levensduur van het
plasmascherm. Nu is de levensduur van plasmaschermen rond de 30.000
uren. Dit is de laatste tijd dus enorm verbeterd.
Voor- en nadelen plasma ten opzichte van een conventionele televisie:
- Een plasma display is 'flikkeringsvrij' terwijl een conventionele TV dat niet is.
- Een
plasma display is scherper. Bij een beeldbuis werkt men in 2 frames;
eerst worden de even en dan de oneven lijnen geschreven. Bij een plasma
worden zowel de even als oneven beelden tegelijk geschreven. Dit noemt
men ook wel progressieve scan.
- Een plasma display heeft een grote kijkhoek en meer contast.
- Een plasma display is dunner en minder zwaar.
- Een plasma display heeft geen magnetisch veld.
- Een conventionele televisie kost over het algemeen minder.
|